‘De kunst is om een goede match te vinden tussen een baasje en het dier’

In Vakblad fondsenwerving zetten we niet alleen de fondsenwervers centraal, maar ook die andere onmisbare groep: de vrijwilligers. Deze keer: Annemieke Smit.

Op het pleintje voor de ingang van Dierentehuis Arnhem en omstreken zit Annemieke op mij te wachten. Na een kennismaking met haar manager Karin, lopen we samen naar een mooi aangelegd bosje waar twee bankjes staan. In de schaduw van de bomen praten we over haar vrijwilligerswerk. Annemieke werkt als baliemedewerker bij Dierentehuis Arnhem.

Waarom ben je als vrijwilliger aan de slag gegaan?
‘Ik ben ongeveer tien jaar geleden arbeidsongeschikt geworden. Om hele dagen thuis te zitten is niks voor mij, ik wil graag iets doen. In het ziekenhuis heb ik op kinderen gepast, dat was ook vrijwilligerswerk en het sloot aan bij mij, omdat ik in het onderwijs heb gezeten. Maar ik zocht meer uitdaging.’

Hoe ben je hier terecht gekomen?
‘Ik heb zelf twee katten, Semmy van zes en Roos, mijn ‘oma’ van zestien; zij komen ook beide uit het asiel. Drie jaar gelden kwam ik hier om een nieuw vriendje – een kitten – op te halen voor Semmy. Toen zag ik een papiertje op de deur hangen waarop stond dat ze mensen zochten voor de meldkamer. Bij de balie gaf ik aan dat ik wel interesse had en kort erna had ik een gesprek. Uit het gesprek bleek dat ik beter zou passen achter de balie dan in de meldkamer. Ik mocht een paar keer meelopen en werd ingewerkt door een vaste medewerker en nu werk ik er al drie jaar met veel plezier. Er is veel hulp en begeleiding vanuit de organisatie, wat heel fijn is omdat ik mijn werk dan goed kan doen. Het is een hele ontspannen plek om te werken.’

Hoe vaak ga je en hoe ervaar je het werk?
‘Ik werk twee middagen per week van half een tot vijf als vrijwilliger. En soms op zaterdag. Het werk is heel afwisselend. Soms is het rustig en soms is het heel druk. Je hebt te maken met veel verschillende dieren – honden, katten, vogels – die allemaal uiteindelijk een nieuw huisje zoeken.

En naast de dieren heb je ook te maken met veel verschillende mensen met verschillende emoties. Er zit ook een verdrietige kant aan. Als er bijvoorbeeld dieren aan de kant van de weg worden gevonden, komen mensen hier kijken of het hun overleden dier is.’

Dat klinkt als uitdagend werk.
‘Het is het leukste vrijwilligerswerk dat ik kan bedenken. Het is niet zomaar even een vrijwilligersbaan, het is best een grote verantwoordelijkheid.

Vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend. Om de juiste match te vinden tussen een dier en een nieuw baasje, vindt er een zorgvuldige procedure plaats. Je mag een dier adopteren, maar we gaan niet over één nacht ijs. Wij gaan niet plaatsen om het plaatsen. Als mensen bijvoorbeeld een hondje bij ons uit het asiel willen halen, moeten ze meerdere keren langskomen. Proefwandelen, kijken hoe ze op elkaar reageren en als ze al een hond hebben, willen we dat die ook meekomt. Het matchen gaat veel op gevoel en we overleggen onderling veel. Maar je plaatst een dier in de hoop dat hij niet meer terugkomt en een fijn leven heeft, dus je wilt die keuze wel zorgvuldig maken. We krijgen vaak terug van mensen dat ze het fijn vinden dat we het zo serieus nemen.’

‘Soms moet je ook mensen ervan overtuigen dat het beter is om een bepaald dier niet te nemen. Als bijvoorbeeld een oudere vrouw die slecht ter been is en in huis weinig meer kan een kitten wil, die nog veel moet leren en veel energie heeft, zou een volwassen kat wellicht een betere match voor beiden zijn.’

Waarom heb je deze organisatie gekozen?
‘Het is een laagdrempelige organisatie, die goed bij mij past. Ik heb absoluut affiniteit met dieren, maar ik ben ook echt een mensenmens. De combinatie van dier en mens is gewoon heel leuk.’

Voel je gewaardeerd door de organisatie?
‘Ja. Zo hebben we een keer per jaar een vrijwilligersgesprek met de leidinggevende, waar zeker wordt uitgesproken dat ze blij zijn dat ik er ben. Je wordt hier geaccepteerd zoals je bent en er wordt werk gezocht dat bij je past. Er wordt gekeken naar wat je kunt en niet naar wat je niet kunt. Er worden veel dingen en uitjes georganiseerd om het extra leuk te maken. Zo hebben we pas een rondleiding gekregen in Sonsbeek Park door een boswachter en kregen we een lezing van een dierenarts. En er kwam iemand vertellen over het project Dutch Cell Dogs. Stichting Dutch Cell Dogs begeleidt gedetineerden bij het trainen van asielhonden die vaak mishandeld zijn en daardoor aanpassingsproblemen hebben. De trainingen hebben een groot positief effect op zowel de asielhonden als op de gedetineerden.’

Is educatie denk je belangrijk om te zorgen dat er zo min mogelijk dieren in een asiel terecht komen?
‘Het zou goed zijn als mensen wisten wat een asiel precies is. We kunnen veel dieren opvangen, maar niet alle. Niet iedereen neemt de verantwoordelijkheid die erbij komt kijken als ze een dier nemen. We proberen daar wel bij te helpen. Zo staan we met een kraam op onder andere festivals en braderieën om informatie te geven over ons asiel en staan we op dierendag bij de dierenwinkel. Ook geven we rondleidingen voor scholen en andere geïnteresseerden.’

Wat betekent het voor jou om vrijwilligerswerk te doen bij het dierenasiel?
‘Voor mij betekent het heel veel. Het is niet alleen maar met de hondjes lopen en katjes aaien, het is zoveel meer. Zo heb ik in de afgelopen drie jaar veel geleerd over het gedrag van dieren en de omgang met mensen en mijzelf meer ontwikkeld. Het werken van twee vaste middagen in de week geeft mij ritme. Ik voel mij thuis en op mijn gemak en samen met mijn collega’s vormen we toch een mini-maatschappij. Ook is het heel dankbaar werk. Als er een mooie match is ontstaan of als mensen een dier komen halen en het fijn vinden hoe wij er mee omgaan. Ik kan op deze manier iets bijdragen, en helpen dat dieren een goed huisje krijgen.’

Bijzondere momenten die je bij zijn gebleven?
‘We hadden een kat in het asiel, Cheeta, die zat hier bijna een jaar. Iedereen liep hem voorbij. Ze was moeilijk benaderbaar, een kat met een moeilijk randje. En toen waren er ineens mensen die meteen op haar vielen. Dat is dan zo fijn. Of onze Stafford Scooby. Deze soort heeft een lastige naam. Zij is geadopteerd door iemand die op een binnenvaartschip werkt. Daar is ze helemaal gelukkig, ze staat voor op het schip tijdens het varen. We krijgen ook wel eens een slang binnen. Die moet ik dan toch even vasthouden. En een tijdje terug kregen we een zilvervosje binnen die als huisdier werd gehouden, die is naar Stichting AAP gegaan.’

BRON: Vaklad fondsenwerving – https://www.fondsenwerving.nl/verdieping/artikel/2019/07/29/De-kunst-is-om-een-goede-match-te-vinden-tussen-een-baasje-en-het-dier